En zo zit je alweer een maand in Vietnam. Waar blijft de tijd? Vietnam bevalt me tot nu toe erg goed. Hartelijk, dat is misschien het juiste woord om de mensen hier te omschrijven. Waar ik het idee heb dat achter de bekende Thaise glimlach altijd iets schuil gaat, zijn de mensen hier veel oprechter. Hoewel dit in HCMC soms ook schrijnend is, wanneer kinderen van een jaar of 8 of jonger je van alles willen verkopen. De Vietnamees werkt net als de Chinees hard en zeurt weinig. Buiten dat zijn ze veel opener: gezelliger, vrolijker, uitbundiger en leggen ze graag contact. Dat bevalt me allemaal goed.
Tijdens de introductieweek op het bedrijf werd ik gelijk goed aan het werk gezet. Het is namelijk nogal een opgave: Binnen een paar weken de totale organisatie eigen maken van een van de grootste bloemenbedrijven van Azië. Dat het bedrijf ketenbreed vertegenwoordigd is (alleen de veredeling doen ze niet zelf), maakt het tot een unieke speler in de bloemenwereld! Ik hoor het mr. Phi Hung nog zeggen, net nadat we met de NL directeur de opdracht besproken hadden: ‘Wow, that’s going to be quit a challenging assignment for you mr. Koppen.’ Inderdaad, maar dat moet ook. Als ik liever onder een palmboom op een tropisch eiland had willen liggen had ik dát wel gedaan, maar dat is net even niet mijn bedoeling… Ik ben echt positief verrast over het niveau binnen dit bedrijf. Omdat de organisatie zo groot is heb ik alleen maar met goed opgeleide staf mensen te maken, die me goed kunnen ondersteunen.
In de nacht van 16/17 april ben ik met de vrachtwagen naar Dalat meegereden (9 uur rijden). Hoofdzakelijk heb ik tijdens de rit geslapen, maar toen het ’s ochtends licht werd: wat een fantastisch mooi berglandschap. In Dalat bevinden zich de kwekerijen van het bedrijf en dit is dus ook de hoofdlocatie. Hier werken ook de meeste staf mensen die ik nodig heb voor mijn opdracht, dus het was een goede en drukke week. Elke avond werd ik ook wel door iemand gevraagd mee uit eten te gaan of koffie of een biertje te gaan doen, dus ’s avonds heb ik me ook niet verveeld. In Dalat was het lekker koel weer, een beetje zoals in Kunming, alleen met bijna elke dag wel een regenbui. (De redactie van ‘de Bloemisterij’ is sinds deze week ook wakker. Ze melden: ‘Droogte in bloemenprovincie Yunnan.’ Joh, dat wist ik hier al 8 weken eerder te melden…) Voor het eerst tijdens mijn reis kon ik in Dalat een week lang pure frisse lucht inademen. Er heerst ook een prima teeltklimaat, maar dit hoef je de inwoners van Dalat niet te vertellen. Overal waar je bewijze van een plastic kas neer kunt zetten, doen ze dat. Zelfs hele berghellingen waren met tunnelkassen bebouwd. Door de hoogteverschillen kun je er grof gezegd ook zo’n beetje alles telen wat je wilt.
Zaterdag de 24e vloog ik door naar Hanoi, de hoofdstad van Vietnam. Hier vind de noordelijke distributie van het bedrijf plaats. Op het vliegveld van Dalat een bijzondere ontmoeting voor onder het kopje: ‘Hoe klein is de wereld?’ Terwijl we over een halfuur de lucht in gaan en er op het kleine vliegveldje nog geen vliegtuig te bekennen is, raak ik aan de praat met een Noorse vrachtwagenchauffeur. Tegenwoordig woonachtig in Dalat, werkte hij vroeger in Oslo om vis door heel Europa te transporteren. Op de terugweg nam hij dan groente en fruit mee en kwam zodoende jarenlang elke week in het Manhattan van de Randstad: Poeldijk. In Hanoi aangekomen deelde ik een taxi met de Noor naar het hotel. ’s Avonds ben ik samen met hem en een Vietnamese vriend uit eten geweest en wezen stappen. Wel leuk ook weer, want die vriend kwam ons oppikken in een oude VW kever, waarmee we heel de avond door Hanoi zijn gereden.
Wat ben ik verder nog vergeten te melden? Vooral wat leuke activiteiten op vrije zondagen. In mijn eerste weekend in HCMC heb ik de Cu Chi Vietcong tunnels bezocht uit de oorlog met de VS. Hier heb ik oa. met mijn lenige lichaam door een paar tunnels gekropen en een patroon kogels leeggeschoten met een M60 geweer. Normaal is dat laatste niets voor mij, maar dit moest ik toch wel even gedaan hebben. Op mijn vrije zondag in Dalat ben ik met een ‘easy rider’ (+ 2 oersaaie Duitse stelletjes) een geweldige brommertocht door de omgeving gaan maken. Aan het einde van de dag 120 km. op de teller. We bezochten een katoenfabriek (incl. kinderarbeid als ik dat zo eens schatte), tempel en lokale markt, alsmede een koffieplantage, grote waterval, rijstvelden en we hebben een lunch bij de gids thuis gehad. Erg gave dag dus en voor de zoveelste keer compleet gesloopt maar voldaan gaan slapen. Ook in Hanoi had ik een vrije zondag. Deze heb ik benut om het mausoleum van Ho Chi Minh te bezoeken. Zoals een echte communistisch leider betaamt heeft ook hij, in navolging van Lenin en Stalin en vóór Mao, zichzelf in een mausoleum op laten baren, inclusief alle communistische propaganda. Die dag heb ik voor het eerst deze reis een museum bezocht, en wel het museum voor etniciteiten. Dat schijnt een hoogtepunt van Hanoi te zijn, maar voor mij was het geen succes, dus ik heb besloten dat dit voorlopig ook even het laatste museum was! Dezelfde dag ook maar weer eens langs de kapper geweest. Dat is in het buitenland ook elke keer weer een belevenis. Om ze duidelijk te maken hoe of wat moet je de halve zaak op stelten zetten, maar zolang ze van de tondeuse afblijven (anders ga je kaal) gaat het goed. Op het examen van de kappersacademie kan ik ondertussen een aardige score halen vermoed ik.
Die brommerritjes blijven ook lachen! De ene keer zit je bij Valentino Rossi achterop, de andere keer bij een 80 jarige die qua snelheid de helft van z’n leeftijd nog niet bereikt. Of dan moet de chauffeur uitwijken omdat er links een brommer vol met kratjes Heineken langs raast, dan knal je rechts zowat met je elleboog door een vitrinekast die bij een ander achterop staat. Je kunt me een hele dag achterop zetten, ik kijk m’n ogen toch wel uit. Telkens vraag ik me af hoe het komt dat ik die man maar een euro betaal voor een rit van 30 minuten? Daar moet hij nog wat benzine vanaf halen, dan heeft hij een minimaal uurloon, maargoed, het zal wel… Het mag hier dan allemaal goedkoop zijn, maar ook voor deze reiziger is het met dank aan een stelletje Zuid Europeanen die niet kunnen boekhouden steeds duurder aan het worden door een dalende euro.
Zo hebben we er dus ook een rondje Vietnam opzitten. Tijdens de vlucht van Dalat naar Hanoi besefte ik me ineens dat dit vliegveld nr. 11 en 12 waren in nog geen 4 maanden tijd. En dat terwijl ik 2,5 jaar geleden überhaupt pas voor het eerst in een vliegtuig zat.
Geniet van het mooie voorjaarsweer in NL en blijf ‘m plukken daar. Dat doe ik hier ook, elke dag weer! Groeten uit ‘Nam’.
Popularity: 37%